Willem Vermandere – Piere De Beeste (Guitar)
Key
-
Auto-scroll
Speed:
1.0x
Chords
spotify:track:3Hsx9lWz3FIeQzUQhAJ8P5
Tekst en Muziek door Willem Vermandere
Producer: Al Van Dam
Jaar: 1971
Uitgewerkt voor Kim Caers
[Intro]
D G D G D G A
D D
[Verse 1]
D Mensen hort en komt al te gare, D G zet junder nere en ziet da'j't verstaat, G D want 'k ga j'gaan vertellen van Piere, de beeste, D A D G A D D ne reus van ne vent, ne rare karwaat.
[Verse 2]
D Je kon het al zien van kleins in de wiege: D G dat kind was uitzonderlijk kloek gemakt; G D hij schupte en stampte zo met z'n beentjes, D A D G A D D hij is zelfs ne keer deur zijn wiege gezakt.
[Verse 3]
D Hij groeide, hij groeide, hij bleef ie maar groeien, D G groeien zonder ende, 't was leutig om zien; G D zijn maatjes in schole kwamen maar met moeite, D A D G A D D ze kwamen maar met moeite tot just aan zijn kniên.
[Verse 4]
D En je kan nu wel peinzen dat ventje had honger, D G een groot boerebrood was 't beginnen nog nie weerd; G D zijn vader moest wroeten slag om slinger, D A D G A D D want Piere kon eten, eten lijk een peerd.
[Verse 5]
D En Piere wrocht heel zijn leven bij de boeren D G en trok ie de karre en slachtte het zwijn, G D e sliep in de koeistal bie de beesten, D A D G A D D want in een bedde en kost ie niet in.
[Verse 6]
D En Piere bleef jonkman, mo ja, zo'n posture, D G nie voor zijn leute want 't dei hem wel zeer; G D als 't jong volk ging dansen en vrijen langs de strate; D A D G A D D en heeft nog gebleit, ja, meer dan ne keer.
[Verse 7]
D Maar hij velde de bomen en droeg z'op zijn schoere, D G honderden kilo's ie smeet z'in de lucht; G D e was ie de sterkst'n van uren in 't ronde, D A D G A D D de grootsten bandiet goenk voor hem op de vlucht.
[Verse 8]
D En de mensen zeiden, ja, ze zeggen zo vele, D G waar of geen waar, maar ze zeggen 't alijk; G D ze zeiden : Dag Piere, en peinsden, "de beeste", D A D G A D D zo trekken z'een mens zijne name door 't slijk.
[Verse 9]
D 't Is waar maar hij leefde ie just lijk een beeste, D G veel schone praat kwam d'er nie uit zijn mond; G D e goenk van ze leven nooit naar de messe, D A D G A D D en z'hebben hem begraven lijk nen hond in de grond.
[Verse 10]
D Maar as'k nu nog peize op Piere, de beeste, D G dan schiet er in mijn kop nog altijd die wens: G D der moesten der meer zijn lijk Piere de beeste, A D want dat was een kerel, dat was nog een mens.