Willem Vermandere – Mijne Stamboom (Guitar)
Key
-
Auto-scroll
Speed:
1.0x
Chords
Released: 1999
Album: Onderweg
Capo: No
[Intro]
G
[Verse 1]
D G Ik kom uit ne nest van krotteniers, van doodgewone piotten, G Van keuneboerkes en kloefevolk, van 't kasteel van d'n hond zijn botten, D7 Dronkaards, kaarters en kluchtigaards, klaroeners en klarinettisten, A A7 D Maar ook uit ne superkatholieke nest, van fundamentalisten.
[Interlude]
D G D G Ta, ta, ta, ta, li i sten.
D
D
D
[Verse 2]
G Ik zie in 't verleden ook al rijmelaars van naïev' en scabreuze strofen, G Ook bodybuilders en hooligans, zelfs mystieke caféfliosofen, D7 En straatmadelieven gelijk overal, in de meeste familiekronieken, A A7 D Ook rokkejagers en ne beroepssoldaat, zelfs een paar muzikale komieken.
[Interlude]
D G D G Ko, ko, ko, koa, mie ie ken.
D
D
D D7
[Verse 3]
G Koolputters vele en kloefkappers ook, tjoolders en landverlaters, G Ne circusklown en nen acrobaat, ook mislukte nonnen en paters, D7 Ooit wierd er een aan de galg geknoopt, w'hadden zelfs ne belastingontvanger, A A7 D Ne pooier, nen dief en ne schooldirecteur, zelfs ne zed'loze liedjeszanger.
[Interlude]
D G D G Lie, lie, liedjes zak a nger.
D7
D7
D7
[Verse 4]
G Sloebers en snoepers en foefelaars, pallieters en arme schlemielen, G Werkers, wroeters en wriemelaars, een familie van simpele zielen, D7 Eentje was ooit conducteur van den tram, w'hadden twee spoorwegmachinisten, A A7 D Drie binnenschippers en vier chaffeurs, deels kaloten en deels socialisten.
[Interlude]
D G D G So, Soe, socia lis is ten.
D7
D7
D7
[Verse 5]
G Maar alle geluk geen spoor van blauw bloed, tenzij van een keukenprinsesse, G Nen prins carnaval en ook af en toe nen voorvader met een maîtresse, D7 Nen keizer ook op de liggende wip, uit de processie keuning Herodes, A A7 D En nonkel Napoleon in ’t gesticht, die veel lange jaren dood is.
[Interlude]
D G D G Ja, ja, jaren do od is.
D
D
D D7
[Verse 6]
G Van al die karwaten, daar stam ik vanaf, in gedachten, woorden en daden, G Van kop tot teen, van buik tot gat, ben ik erfelijk belast en beladen, D7 Maar ik kreeg godzijdank ook geuzenbloed, van de zigeuners mijn zwerversvoeten, A A7 D Ik kreeg van de kelten mijn rostekop en van de vikings mijn zomersproeten.
[Interlude]
D G D G Zo, zo, zomer sproet oe ten.
D
D
D D7
[Verse 7]
G Van dichters en dromers dienen draai in mijn hoofd, die vleugels om te fantaseren, G Mijn broebeltaaltj’ en mijn leugenbargoens, om ’t volk hier ’t amuseren, D7 Maar ik groet u mijne stamboom van krotteniers, van zoveel doodgeweune piotten, A A7 D Prinsessen en prinsen, ne grote salu, van de zanger van den hond zijn botten.
[Outro]
D G D G Van de zanger van den hond zijn bo o tten.
D G