Willem Vermandere – Gepensioneerd (Guitar)

Key
-

Auto-scroll

Chords

Released: 1 Jan 2014 Album: Den Overkant & De Meditaties Capo: No [Intro] F C [Verse 1]
         F
‘k Ben geboren begin ’t joar veertig,

       Bb
‘k Ben dus nu gepensioneerd,

   C
Ik moet gene klop niet meer werken,

           Bb              F
‘k Ben voorgoed uit gearrangeerd,

       Gm
Ik mag heimelijk nog wat zingen,

        C
Als chanteur flamant komiek,

        Bb
Met nen baart en een gitaare,

          C
Een soort middeleeuws reliek,

           Dm            Bb
‘k Hoor ze zeggen en curiosum,

         Am                   Gm
Geef hem maandelijks zijn rantsoen,

    C                             Am       Gm     F
Die vooroorlogse zanger, geef hem rap moar z’n pensioen.
[Interlude] F C [Verse 2]
         F                            Bb
Laat hem nu maar gratis reizen met de belbus, tram en trein,

         C                                         Bb              C
Hij wilt zelfe nog niet geloven maar hij is aan ’t eind van zijn Latijn,

        Gm
Zet hem straks moar in een rolstoel,

        C
Rij hem rondt zoveel als ’t kan,

         Bb
Laat hem kwijlen met de kampioenen,

    C
Doe hem ne pamper oan,

          Dm              Bb
Knoop het zachtjes in z’n oren,

                 Am       Gm
Desnoods met een ferme sermoen,

        C
Gij met al u boere liedjes,

              Am       Gm         F
Zwijgt gij ‘d hier een schoon pensioen.
[Interlude] F C [Verse 3]
         F                           Bb
’t Is nu algemeen geweten, hij wordt langzaamaan dement,

       C                                     Bb          F
En dat rijmt al heel z’n leven, dat rijmt perfect op impotent,

     Gm                               C
Kale knikker en valse tanden, straffe bril en reumatiek,

       Bb                              C
De symptomen van ontbinding en dan nog zwoar alkoholik,

           Dm               Bb
Hij zal ’t wel ni lang meer trekken,

          Am              Gm
’t Is ook echt ni meer te doen,

       C                               Am       Gm      F
Al die zwijmelende rijmen, geef ‘d hem rap moar zijn pensioen.
[Interlude] F C [Verse 4]
           F                                 Bb
’ t Is nen wereldvreemde ‘t scheute , nen ouwbollige fantast,

       C                             Bb            F
En ie zit met al zijn vezels nog oan god en duvels vast,

      Gm                            C
En ie hekelt en ie pekelt, is schoolmeester dan niet vet,

       Bb                              C
En ie jankt omdat die af en toe op z’n eigen blaren zit,

         Dm             Bb
’t Is ne storende kritiekaster,

          Am            Gm
’t Is nen krankzieke pompoen,

       C                            Am       Gm     F
Nen mislukte onderpastoor, geef hem rap moar z’n pensioen.
[Interlude] F C [Verse 5]
         F                                 Bb
Kijk die zanger van ’t joar veertig , eindelijk gepensioneerd,

  C                                Bb                F
In al zijn vertelle menten is gene mens nog geïnteresseerd,

        Gm                       C
Zet hem tussen de vitrine ook al schreeuwt die moord en brand,

         Bb                            C
Moar dat wordt volstrekt toerisme, ongelofelijk interessant,

       Dm            Bb
Daarom zing ik van kolere,

        Am               Gm
Geef ik meer dan ooit katoen,

        C                         Am  Gm     F
Zing ik met Mathusalem, zwijg mij van dat pensioen.