Willem Vermandere – De Kluizenaar (Guitar)

Capo 1
Key
-

Auto-scroll

Chords

Released: 2003 Album: Op Den Duur [Intro] D A A A A D [Verse 1]
D                 A               D                      G  A
Kom wordt wakker, sta maar op, de veugeltjes zijn aan ’t kwelen,

D                     A             G                    D  A
Schart de vlooien van uwe kop, geen tijd niet meer te verspelen,

F#m            G             A                 Bm A
Kruipt uit uwe slaapkazak en geeft den hond te vreten,

F#m             G              A               D   A   D
Vu1 terstond de kattebak en de goudvis niet verge--ee--ten.
[Interlude] D A A A A D [Verse 2]
D                A               D                 G  A
Daar staat water in het vat, wat zou je nog durven klagen,

D             A                G                   D  A
Spek en bonen ruwgeschat, voor zeven maal zeventig dagen,

F#m              G             A               Bm A
Boter en kaas en pijpkaneel en kasten vol zaligheden,

F#m          G                   A            D   A   D
Daar is versgemalen meel, g’hebt wisten om te kne-ee--den.
[Interlude] D A A A A D [Verse 3]
D                  A              D                 G   A
Je sterft niet den hongerdood, te vroeg voor uw zes planken,

D               A                        G              D   A
Drie vier weken water en brood, ‘t zal u deugddoende verslanken,

F#m           G                 A            Bm A
Drinkt uw rozebottelthee, om fantasmen te vermijden,

     F#m          G             A                D   A   D
Geen late voetbal op TV en geen films van stoute mei—ei--den.
[Interlude] D A A A A D [Verse 4]
D             A                   D               G A
Komkom j’ overleeft dat wel, niet kriepen en niet zagen,

D               A                 G                D A
Drie vier weken vrijgezel, dat is nog geen veertig dagen,

F#m                G                 A                Bm A
Hemden strijken probeer het maar, en daaglijks sokken wassen,

  F#m           G                  A            D   A   D
Gezegend zij de kluizenaar, zonder martelaarsgrima-—as--sen.
[Interlude] D A A A A D [Verse 5]
D            A                    D             G  A
En tenslotte schrobt en dweilt en schikt uw paperassen,

  D                    A                     G            D  A
Beseft hoe dat ‘t hier reilt en zeilt, wordt eindelijk volwassen,

F#m            G                 A                 Bm A
Dooft de vuren voor de nacht, vergrendel deuren en ramen,

F#m              G                    A           D  A   D
Kruipt onder uwe schapevacht, en bidt Deo Gratias a--aa--men.