Misc Children – De Kraai In De Zilveren Kooi (Guitar)

Capo 3
Key
-

Auto-scroll

Video

Chords

Lyrics by Annie M.G Schmidt Music by Paul Christiaan van Westering [Intro] N.C. N.C. [Verse 1]
   Bb                      Bb              F                   F7
Er was eens een kraai, die praten kon; hij zat in een zilveren kooi.

    Bb                Bb              F                F7
Hij zei: Ziezo en hij zei: Pardon en: "Erwtensoep" en "Nachtjapon".

    Cm          F          Bb            Cm          F7         Bb
Wat praatte die kraai toch mooi, oh! Wat praatte die kraai toch mooi.
[Interlude] N.C. N.C. [Verse 2]
    Bb                         Bb              F                        F7
Hij trok met zijn baas door de ganse stad. Die baas was een man met een baard.

   Bb                        Bb                   F                   F7
De kraai zei: "Fiets" en hij zei: "Dag schat". De mensen riepen: "Wat énig is dat.

    Cm           F         Bb             Cm          F7         Bb
Die kraai is een dubbeltje waard, oi! Die kraai is een dubbeltje waard".
[Interlude] N.C. N.C. [Verse 3]
    Bb                  Bb                F                    F7
Dat hoorde de Graaf van Hoitierelier. Hij was een nieuwsgierig man.

    Bb                   Bb                 F                   F7
Hij sprak: "Parbleu, een keuvelend dier? Ik wens deze kraai ogenblikkelijk hier,

   Cm           F            Bb           Cm           F7           Bb
ik wil wel eens zien wat hij kan, pah! Ik wil wel eens zien wat hij kan".
[Interlude] N.C. N.C. [Verse 4]
     Bb                    Bb             F                  F7
Daar kwam dus de kraai met kooi en al. Ziezo, zei de graaf, ahá!

    Bb                 Bb                  F                       F7
Wat mij betreft, steek nu maar van wal. Ik ben zo benieuwd, wat ie zeggen zal!

        Cm             F           Bb          Cm             F7          Bb
Maar de kraai zei geen boe en gaan ba, nee! De kraai zei geen boe en geen ba.
[Interlude] N.C. N.C. [Verse 5]
    Bb                        Bb               F                        F7
Hij keek naar de graaf op z'n dooie gemak. Hij keek al het moois er van af.

     Bb                   Bb              F                       F7
Toen deed hij zijn snavel open en sprak alleen maar het woordje: "Kalekak"

   Cm             F            Bb           Cm             F7           Bb
en toen zweeg hij weer als het graf, oh! En toen zweeg hij weer als het graf.
[Interlude] N.C. N.C. [Verse 6]
    Bb                    Bb                       F                   F7
Dat was niet zo mooi, dat was niet zo mooi voor de baas, de man met de baard.

    Bb                        Bb                  F                         F7
Hij wachtte maar niet op zijn dubbeltje fooi, hij vluchtte maar gauw met de kraai in z'n kooi

   Cm             F           Bb            Cm          F7          Bb         Bb
en de graaf was totaal van de kaart, ja! De graaf was totaal van de kaart.