Boudewijn de Groot – Vrijgezel (Ukulele)
Capo 2
Key
-
Auto-scroll
Speed:
1.0x
Chords
Capo: II
C G C F Er was een tijd voor ik je kende dat ik leeg, maar vol ellende E Am D7 G vloekend op de hele bende in een kroeg te wachten zat. C G C F Tot het meisje van mijn dromen op een dag voorbij zou komen E Am D7 G C en ik liet mijn tranen stromen als ik weer een kater had. G C F G En dat mijn geliefde vrienden, waarmee ik de muzen diende C D G en geen rooie cent verdiende ook al had ik nee gezegd. C G C F 's Avonds aan kwamen gelopen om een praatje aan te knopen E Am D G C en dan 's morgens straalbezopen op de stoep werden gelegd. C G C F Er was een tijd dat ik het meeste te vertellen had op feesten E Am D7 G waar ik met verlichte geesten vaak de politiek besprak. C G C F Waarin wij ons nooit vergisten mensen die het beter wisten E Am D7 G C waren allemaal fascisten die het die het aan verstand ontbrak. G C F G Toen ik naar mijn navel staarde en mij communist verklaarde C D G en met alle andere waarden op de bom te wachten zat. C G C F Toen die maar niet wilde vallen hoorde men al spoedig lallen E Am D G C en we lagen met z'n allen wereldvredig op de mat. C G C F In die tijd kon ik de vrouwen met een kennersoog beschouwen E Am D7 G en ik wilde nimmer trouwen want dat kwam me niet van pas. C G C F 'K wilde enkel samenwonen met een zwart geklede schone E Am D7 G C om de burgerij te tonen hoe ruimdenkend ik wel was. G C F G Maar het was niet te vermijden dat ik eenzaam was bij tijden C D G zo dat ik vertwijfeld vrijde met een meisje van ballet. C G C F Welke schoonheid snel verdorde 's morgens bij het wakker worden E Am D G C G met de beuken op de borden en de kruimels in het bed. C G C F Op en dag kwam ik jou tegen lief en klein en zo verlegen E Am D7 G druipend in de lenteregen in de grote vreemde stad. C G C F Jij wist niets van provoceren en je wilde me bekeren E Am D7 G C en ik liet me alles leren als ik maar jou liefde had. G C F G Nu zit ik de krant te lezen en een burgerman te wezen C D7 G G7 G6 ik hoef geen honger meer te vrezen maar toch denk ik soms met spijt. C G C F Aan de tijd voor ik jou kende aan de vrolijke ellende E Am F G C F - G - C van de artistieke bende van de goei-e ou-we tijd.