Boudewijn de Groot – Lied Voor Een Kind Dat Bang Is In Het Donker (Guitar)

Capo 2 Video Lesson
Key
-

Auto-scroll

Chords

Lyrics and Music by Lennaert Nijgh and Boudewijn de Groot [Intro] G-5 X4 C X4 [Verse 1]
C                         G
Binnen lig ik in mijn bed met gedachten aan daarbuiten

F                               G               C
waar kabouters vrolijk fluiten, want die hebben altijd pret.

C                        G
Binnen in mijn warme hol hoor ik mijn gedachten lopen,

F                              G             C
die tevoorschijn zijn gekropen en ik voel me boordevol.

Am                        F           Am
Vol verwarring en plezier om de koude nacht daarbuiten,

F              Am           F              G           G7  G6   G7
klamme handjes op de ruiten van het een of ander dier.

C                              G
Vast een soort van chimpansee. Zal ik hem eens binnenlaten?

F                                  G                C
Nee, in godsnaam laat maar praten, 'k zit genoeg in de puree.
[Interlude] G C G C F C G C C C C [Verse 2]
C                             G
Lekker is het hier in bed. 'k Heb mijn allermooiste dromen

F                       G                C
nu vanavond laten komen en de wekker afgezet.

C                             G
Maar des nachts om twaalf uur komt een kerel van de zolder

F                            G               C
met een grote zak vol kolder en een fles vol apezuur.

Am                            F             Am
Daarvan ben ik toch wel bang, maar gelukkig gaan mijn kleren

F               Am          F            G           G7  G6   G7
dan elkaar weer mores leren en ze rennen door de gang.

C                       G
En ik hoor de hoge hoed op de kapstok somber klagen

F                             G                     C
want alleen om hem te plagen, doen ze hem vol suikergoed.
[Interlude] G C G C F C G C C C C [Verse 3]
C                          G
Maar ik voel me wat alleen en een meisje komt me kussen.

F                          G               C
Wel wat lastig ondertussen al die vlinders om me heen.

C                             G
Maar nu heb ik dan mijn schat lekker in mijn warme bedje.

F                                G             C
Lekker dier, vooruit wat let je. Heb je al een zoen gehad?

Am                           F               Am
Leiden is nog steeds in last maar dat kan me niet veel schelen,

F                 Am          F              G           G7  G6   G7
want de maan, die ronde gele, houdt de hemel toch wel vast.

C                         G
Maar helaas de goede fles waaruit ik mijn zoete dromen

F                                  G               C
glanzend in mijn glas zag stromen, is nu leeg, een harde les.
[Interlude] G C G C F C G C C C C [Verse 4]
C                                G
En die fles is tot mijn spijt 't middelpunt van heel mijn leven.

F                           G               C
Met de wekker op half zeven zak ik door een eeuwigheid.

C                        G
Oh het leven is een last met het werk van zeven weken

F                      G                C
onberoerd en onbekeken doelloos liggend in de kast.

Am                          F                Am
Oh, wat heb ik reuze spijt, niets dan tranen is het leven

F               Am               F                G           G7  G6   G7
en ik zucht met Van het Reve: 't is weer niks als narigheid.

C                             G
Narrig snurkend in mijn slaap lig ik hier tot kwart voor achten

F                          G             C
op de dageraad te wachten, morgen sta ik weer voor aap.
[Outro] G C G C F C G C