Boudewijn de Groot – De Noordzee (Ukulele)

Key
-
Versions (2)

Auto-scroll

Chords

[Verse 1]
 C                             Am
Daar zeilde op de Noordzee, de Noordzee wijd en koud

    Dm                            G
Een schip zo zwaar beladen met 's werelds ijdel goud

     C                            Am
Daar kwam de Spanjaard dreigen te roven ons het goud

     Dm              G            C            Am
Toen voeren we op de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

Dm            G           C           F   C
Al op de Noordzee wijd en koud.
[Verse 2]
       C                       Am
't Was ons jongste makker, een jongen sterk en koen

     Dm                             G
Die sprak al tot den schipper, wat zult gij aan mij doen

    C                            Am
Wanneer ik wil gaan zwemmen, en ginds het Spaans galjoen

      Dm          G            C            Am
Doen zinken in de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

   Dm         G          C            F   C
Al in de Noordzee zinken doen?
[Verse 3]
   C                       Am
Ik zal U geven zilver, een wapen en blazoen

     Dm                      G
Mijn eigen jonge dochter zal ik U huwen doen

    C                            Am  
Wanneer gij wilt gaan zwemmen en ginds Spaans galjoen

     Dm           G            C            Am
Doen zinken in de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

   Dm         G          C       F   C
Al in de Noordzee zinken doen.
Verse 4]
   C                           Am
De jongen bad de hemel, sprong daarop overboord

   Dm                              G
En heeft in 's vijands scheepswand drie gaten toen geboord

   C                          Am
En van de trotse Spanjaard is nimmer meer gehoord

   Dm            G            C            Am
Op heel de wijde Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

   Dm         G           C       F   C
Al op de Noordzee meer gehoord.
[Verse 5]
     C                             Am
Toen zwom hij naar het schip en de mannen juichten luid

     Dm                         G 
Maar onze schipper gaf hem zijn dochter niet tot bruid

   C                          Am
Al smeekte ook de jongen haal mij het water uit

   Dm              G            C            Am
De schipper gaf de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

    Dm          G            C          F   C
Gaf hem de Noordzee als zijn bruid.
[Verse 6]
     C                               Am
Toen zwom hij om het schip heen, hij was zo koud en moe

    Dm                         G
Vol bitterheid en wanhoop riep hij zijn makkers toe

    C                              Am
Och makkers, haalt mij op, want ik ben het zwemmen moe

    Dm             G            C            Am
Mij trekt de koude Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

    Dm                  G              C     F   C
Mij trekt de koude Noordzee naar zich toe.
[Verse 7]
     C                             Am
Zijn makkers redden hem toen, maar op het dek stierf hij

      Dm                              G
Na 't een-twee-drie-in-godsnaam dreef hij weg met 't getij

   C                         Am
De koene jonge zeeheld, veel jonger nog dan wij

   Dm              G            C            Am
En zonk toen in de Noordzee, de Noordzee, de Noordzee

   Dm         G             C       F   C
Al in de Noordzee weg zonk hij.